The Tomos 4L page 4 U      Tech

De Digitale Werkplaats Handleiding .

Demontage van het motorblok uit het frame :

Olie aftapplug aan de onderzijde van het blok

Olieplug demonteren (deze bevindt zich midden onder het motorblok) en de olie uit het blok laten lopen, evt een paar minuten warm draaien door er op te rijden (voor het aftappen!). Lucht koelingkap en carburateur met filterelement demonteren. Verchroomde deksel van het koppelingsdeksel demonteren (met de grote moer, evt. met een plastic hamer lostikken) en de koppelings kabels uit de hevels lichten. De achterrem kabel en eventueel het voetrempedaal demonteren. Uitlaat, beide trapper cranks, vliegwieldeksel, ventilator en ketting demonteren. De twee bovenste bouten losmaken en verwijderen, nu oppassen dat het blok niet kan vallen. en de onderste bevestigings bout wat ruimte geven, waardoor het blok naar voren helt, dan kan ook de electrische bedrading worden afgesloten. Waarna de onderste bout verwijderd kan worden en het blok uit het frame gepakt kan worden.

Demontage van de Motor delen :

Het motorblok in de bankschroef plaatsen, zodanig dat de cilinder naar rechts boven wijst.

De druklagermoer (linkse draad), druklager en koppelingshevels verwijderen.

De bouten van het koppelingsdeksel (rechterkant van het blok!) los draaien, eventueel voorzichtig(!) met een plastichamer tikken om het te lossen van de pakking en de rest van het blok.

Als het deksel verwijderd is kan de tussenas (kerstboom) worden uitgenomen. Zo ook de drukgroep (platen etc) let op het naaldlager aan de binnenkant van de drukgroep.! De moer die aan de binnenkant van het koppelingshuis zit demonteren (linkse draad), het koppelingshuis kunt u tegen houden met speciaal gereedschap, of voorzichtig blokkeren met een platte ijzeren staaf (sleutel 10) , pas op dat de inhammen in het huis niet beschadigen.

Het koppelingshuis voorlopig laten zitten totdat de beide carterhelften gedemonteerd zijn. Het motorblok nu zo in de bankschroef zetten dat het vliegwiel naar u toe wijst. De cilinderkop en cilinder verwijderen. De vliegwielmoer en het vliegwiel verwijderen, evt met behulp van een poelie trekker. Hierna het voorketting tandwiel demonteren met behulp van speciaal gereedschap. (of dit al doen als 'i er nog onderhangt, kan je opspannen tegen de ketting..)

De drie boutjes van de ontstekingsgrondplaat demonteren en de grondplaat verwijderen, de kabeltjes door de gaatjes trekken, (evt eerst de buiten hoes verwijderen langs de andere kant. Carterbouten verwijderen (aan de ontstekings kant) en het motorblok met de trapas in de bankschroef zetten, zodanig dat de zijde van de ontsteking naar beneden wijst. De rechter carterhelft (de bovenste) van de linker helft scheiden (evt met behulp van een plastic hamer), zodat u de krukas met een plastic hamer uuit het koppelingshuis kunt tikken. Hierna alle onderdelen goed schoon maken, en kontroleren op beschadigingen.

Demontage van de tussenas :

Het aandrijftandwiel met een plastic hamer van de as tikken, dan de afstandbus (5e versnellings plaats) verwijderen.
Vierde en derde versnellingstandwiel een voor een demonteren .  Attentie: de laatste 2 tandwielen (tweede en eerste versnelling) kunnen niet gedemonteerd worden, deze vormen een geheel met de tussen as.

Demontage van de drukgroep :

Op de koppelingsas speciaal gereedschap plaatsen (1 bus van de goede maat) ) en de koppelingsmoer monteren, deze aandraaien totdat de veerschalen zijn samengedrukt zodat u dan de seegerring en de koppelingsplaten kunt demonteren.

Het aandrijftandwiel met veerschalen in de bankschroef klemmen. De koppelingsmoer weer demonteren en de veerschalen aan de bovenkant inknijpen zodat u de borgpen kunt demonteren uit het aandrijftandwiel.
Demontage van de trapas :

Alle losse onderdelen demonteren. (?)De Seegering, kransring en borgring demonteren zodat het starttandwiel gedemonteerd kan worden.

Demontage van de schakelas :

De schakelvork van de geleidebus nemen. De schakelvorkveer, de beide veerbeugels en de plaatring demonteren. Indien nodig, de kerfstift (borging) in de geleidebus vernieuwen

Demontage van de hoofd as :

Aan de koppelingszijde van de as, (de kant zonder schroefdraad op de as), de afstandbus met de dekplaat en tandwielen demonteren. Aan de (voor)tandwielzijde van de as, de veerschalen en de veer demonteren. De schakelpen naar de koppelingszijde van de as drukken (dus in de vijfde versnelling stand). Hierna de hoofdas vertikaal vasthouden met de tandwielzijde naar beneden gericht; wanneer u hierna met de hoofdas op de werkbank tikt, zullen de beide kogels en de dekplaten met de schakelmof loskomen van de hoofdas. In de hoofdas bevinden zich de schakelpen en trekas , welke d.m.v. een koperenstift geborgd zijn. De schakelpen kan gedemonteerd worden door er met een hamer op te slaan , zodat de koperenstift breekt en u de schakelpen uit de trekas kunt drukken. (alleen doen als het echt, echt nodig is..). De trekas wordt in de hoofdas geborgd d.m.v. een kogel plus drukveer, let er dus op dat deze delen niet wegspringen bij het demonteren van de trekas.

Demontage van de simmerringen en lagers :

Alle simmerringen die zich in het carter bevinden, kunnen zondermeer gedemonteerd worden (zitten/liggen los op het lager). Wanneer u de resterende lagers wilt demonteren moet u eerst het carter en koppelingsdeksel verwarmen tot 90 - 120 Graden Celcius. In tegenstelling hiermee kunnen de krukaslagerschakel en -ringen koud in- en uitgeperst worden.

Kontrole van de krukas :

De krukas tussen de centreerpunten plaatsen van een cetreer apparaat, zodat u de krukas rond kunt draaien. Het slingeren op de punten 1 en 4 mag niet meer bedragen dan 0,01 mm; op de punten 2 en 3 niet meer dan 0,02 mm. Kontroleer of de drjfstang vrij, maar zonder radiale speling in de krukas draait (de z.g. big-end speling). De axiale speling van de drijfstang mag varieren van 0,20 mm to 0,40 mm.

Kontrole van het vliegwiel :

De nok van het vliegwiel en het conische gedeelte controleren op beschadigingen i.v.m. de naukeurige passing op de kruktap.Het vliegwiel op de kruktap monteren en de krukas tussen de centreerpunten plaatsen. De ovaliteit van het vliegwiel mag niet meer bedragen dan 0,10 mm; het slingeren niet meer dan 0,30 mm. Dit moet dus gemeten worden bij de grootste diameter van het vliegwiel.

Kontrole van het koppelingshuis :

Het koppelingshuis op de kriktap monteren en de krikas tussen de centreerpunten plaatsen. De ovaliteit van het huis mag niet meer bedragen dan 0,10 mm; het slingeren niet meer dan 0,15 mm. dit moet dus ook gemeten worden bij de grootste diameter van het koppelingshuis. De lamellen van het koppelingshuis controleren of deze niet verbogen zijn (c.q. ingeslagen door de platen). (evt. weer recht vijlen). Wanneer ed lamellen van het huis verbogen zijn, kunnen de koppelingsplaten een klapperend geluid veroorzaken omdat er dan iets te veel speling is tussen het huis en de platen. U kunt de lamellen in dat geval iets terug buigen zodat de speling te opzichte van de platen minder wordt. ATTENTIE !!, de koppelingsgroep moet wel ten alle tijde vij in het huis geschoven kunnen worden m.a.w. de platen mogen niet klemmen. Zijn de lamellen van het koppelingshuis ingeslagen. dan het koppelingshuis vervangen door een nieuwe; zo ook met de koppelingsplaten.

Kontrole van de zuigerpenbus en de zuigerpen (pistonpen) :

De buiten diameter van de pistonpen moet 10,0 mm zijn. De gaten van het drijfstangoog moeten korresponderen met de gaten van de zuigerpenbus i.v.m de smering van de pistonpen, (m.a.w. je moet door het gaatje in de drijfstang heen de pistonpen kunnen zien). Mocht de zuigerpenbus veel speling hebben (veroorzaakt een tikkend geluid), dan zal de bus zo spoedig mogelijk vervangen moeten worden door een nieuwe om schade aan de krukas te voorkomen. De bus kan met behulp van een eenvoudige trekker worden in en uit geperst. Na het inpersen moet de bus iets geruimd worden met een tolerantie van 0,005 t/m 0,015 mm boven 10 mm.

Kontrole van de cilinderkop, cilinder en zuiger :

De draagpunten van de cilinderkop moeten vlak zijn ( eventueel vlakken op een glasplaat, met pasta of fijn schuurpapier). De schroefdraad van het bougiegat kontroleren op beschadigingen. De speling van de cilinder en zuiger mag varieren van 0,045 t/m 0,065 mm. Kontroleer ook de tapgaten voor de uitlaat en carburateur bevestiging op verstopping of beschadiging, zo nodig schoontappen of insert plaatsen.

Ontkolen en het vernieuwen van de zuigerveren :

Er zullen na een aantal gereden kilometers bepaalde delen worden schoongemaakt zoals cilinder, zuiger en uitlaatsysteem. De uitlaatpoort van de cilinder kunt u uitkrabben met behulp van een schroevendraaier, pas wel op dat u de zuigerwand niet beschadigd. Ook de kool aanslag van de zuiger en cilinderkop verwijderen. (als de ontsteking en carburateur goed zijn afgesteld zal dit slechts zelden dienen te gebeuren (1 a 2 keer per 2 jaar). Zuigerveren controleren of deze niet versleten zijn, zonodig vernieuwen. Als er geen nieuwe zuigerveren geplaatst zijn, behoeft u de zuigerveer groeven niet schoon te maken; als u nieuwe veren plaatst dienen de groeven WEL schoongemaakt te worden. Verder kunt u nog de binnendemper van de uitlaat schoonmaken. De uitlaatbocht, kunt u schoonmaken met behulp van een prop gaas, deze door de bocht trekken m.b.v. een stuk kabel of draad. Attentie. Wanneer u de cilinder en de zuiger weer gaat monteren moet u de betreffende onderdelen insmeren met een dun laagje olie. De koppakking bijvoorkeur vernieuwen om dichtings problemen te voorkomen.

Kontrole van de ontsteking :

De kontaktpunten :

Wanneer de kontaktpunten zijn ingebrand kunt u ze voor korte tijd herstellen door met een plat vijltje de punten iets af te vijlen, en opnieuw de afstand te stellen. Beter is het om de punten direct te vervangen door nieuwe. Deze dient u dan wel eerst goed te ontvetten. Bij het monteren er op letten dar er onder de borgclip een plaatring komt te liggen zodat de punten tenopzichte van elkaar niet kunnen verschuiven. Om de juiste puntenafstand te verkrijgen monteert u eerst het vliegwiel met moer en plaatring, daarna stelt u de punten af op een afstand van 0,35 t/m 0,45 mm met een voelermaat.

Krukaslagerspeling :

Wanneer u nieuwe krukaslagers, een nieuw carter of een nieuwe, of gereviseerde krukas monteert, kontroleer dan altijd de krukaslagerspeling. Een uitgebreide verhandeling hierover volgt nog.

Montage hoofdas :

U drukt de trekas (met veer en kogel) in de hoofdas, zodat de kogel, onder druk van de veer, in het eerste gat van de hoofdas. Hierna kan de schakelpen gemonteerd worden in het daarvoor bestemde gat van de trekas.

Daarna de schakelpen borgen met het koperen borgstiftje; deze moet u in de schakelpen tikken met behulp van een centerpons.
Hierna monteert u de opvulring en de seegerring op de hoofdas. De schakelpen moet in de buitenste stand staan (vijfde versnellingsstand). Dan de schaalring, de veer en de tweede schaalring monteren (de uitgeholde zijden moeten dan naar elkaar wijzen) hierna de twee kleine geleideplaatjes met de afgeslepen zijden op de daarvoor bestemde inkepingen van de hoofdas.
Hierna kunt u de geleideplaatjes (met gat) monteren, zodanig dat de plaatjes dwars op de as liggen (dus met de langste zijden tegen de verhoging van de hoofdas en met de afgesleten hoeken naar buiten wijzend. Dan de schakelmof monteren en over de geleide plaatjes heen schuiven. De hoofdas horizontaal houden en met een vinger het onderste geleideplaatje afdekken; de beide kogels door het gat van het bovenste geleideplaatje laten vallen.ATTENTIE. De kogels mogen wel ingeolied zijn maar niet ingevet !

Dit geeft namelijk problemen met de verdere montage van de hoofdas. De hoofdas nu vertikaal houden en de twee geleideplaatjes in de bovenste positie houden.

De schakelmof op het midden van de geleideplaatjes (met gat) schuiven, even flink schudden zodat beide kogels in de uitsparingen van de mof kunnen vallen, dan de mof gelijktijdig met de twee plaatjes langzaam naar beneden drukken zodat de beide kogels ook in de uitsparingen vallen van de trekas. Hierna de mof loslaten en de schakelpen naar de binnenste stand (eerste versn. stand) drukken zodat de kogels etc. niet meer van de hoofdas kunnen vallen. Dan weer een schaalring, de drukveer en de laatste schaalring monteren. De gehele gemonteerde hoofdas in de bankschroef klemmen. Door het heen en weer schuiven van de schakelmof kunt u kontroleren of de schakelpen met trekas alle standen (dus 5) kan bereiken. Wanneer u de schakelpen met trekas niet in de eerste versnelling stand kan krijgen, zit er mogelijk een kogel van de trekas in de holte van de hoofdas (foutje bij de montage ?) zodat u de schakelmof en dekplaten (met gat) opmieuw moet monteren.

U moet er ook op letten dat de afstandring van de hoofdas, die aan de kettingwielzijde van de as moet komen beslist niet vergeten wordt. De hoofdas gelijktijdig met de schakelas + vork in het carter monteren en hierna de versnellingstandwielen monteren. (of gewoon as met tandwielen + schakelshit tegelijk er in frommelen) De laatste schaalring moet daarbij , wanneer de hoofdas dus in het carter gemonteerd zit, los om de hoofdas heen liggen m.a.w. dat deze schaalring dus niet klem mag liggen tussen de afstandring en de verhoging van de hoofdas . U kunt dit controleren door de schaalring langs de as op te wippen met een schroevendraaier. (of proberen rond te draaien, moet vrijlopen). Het eerste versnellingstandwiel monteren, deze heeft een diepe en een ondiepe uitgeholde zijde, de laatstgenoemde dient als oliegleuf. Alle versnellingtandwielen met de oliegleuf naar de koppelingszijde monteren. Op het laatste versnellingtandwiel komt een opvulbus en een ring (de schuin geslepen binnenrand van de ring naar de tandwielen gericht), of het vijfde vernellings tandwiel in plaats van de vulbus. Shims monteren tot de vereiste axiale speling van 0,10 /tm 0,30 mm bereikt is. Dit kunt u kontroleren als de beide helften van het blok vastgeschroefd zijn . (denk om de pakking !)

Montage van de schakelvork met as :

De schakelvork op de geleidebus monteren. Dan de grote plaatring en de drukveer monteren; de veer indrukken en de veerbeugels monteren. Hierna de kleinere plaatring monteren. Aan de ontstekingszijde van de schakelas (waar de pook zit), tegen het rondsel aan, moet een glijring gemonteerd worden van 0,20 mm; eventueel meerdere glijringen monteren i.v.m. de axiale speling van de scahelas (speling in vastgeschroefd carter 0,10 t/m 0,30 mm).

Montage van de trapas :

Het aantraptandwiel monteren, de inkepingen hiervan moeten naar het midden van de as gericht zijn. Bij het tandwiel de borgring monteren en deze met een kransring afschermen waarna de seegering en de twee plaatringen gemonteerd kunnen worden. Op de andere zijde van de as de rembus monteren, met de inkeping naar het tandwiel op de as gericht. Op de rembus de remveer (dat lusje) monteren en daarna de plaatring en de afstandbus.

Samenbouw van de linker carterhelft :

In het linker carterdeel de trapas monteren, zodat u het carter m.b.v. de trapas in de bankschroef kan monteren. U monteerd daarna gelijktijdig de schakelas en hoofdas, zodat de de schakelvork in de mof grijpt. De versnellingtandwielen monteren. Paspennen, carterpakking, krukas en dan het rechtercarterdeel monteren..

Verdere samenbouw van het motorblok :

Het komplete carter in de bankschroef plaatsen zodat u de carterbouten kunt vastdraaien (1,0 kpm). Cilinder en cilinderkop monteren, op el tapeind een sluitring plaatsen en de moeren kruislings vastdraaien (1,5 kpm). De ontstekingsgrondplaat monteren met de drie boutjes. De boutjes pas goed vastdraaien als u de voorontsteking definitief heeft ingesteld (1,8-2,0 mm voor B.D.P.) De vliegwielspie (indien los) en het vliegwiel monteren. De sluitling en de vliegwielmoer monteren (vastdraaien met 3,5 kpm). Het vliegwiel wordt dan met houder tegen gehouden (of met een schroevendraaier in het 4e gat van de grondplaat).

Afstellen van de voorontsteking :

Voor het afstellen van de kontaktpunten moet het vliegwiel zo gedraaid worden dat de kontaktpunten zover mogelijk uit elkaar staan.De punten afstellen tussen de 0,35 en 0,45 mm.opening .

Passieve methode :

Nu monteert u de meetklok in het bougie gat. (of een schuifmaat). Nu kunnen we een batterij gebruiken van 4,5 v en een lampje van 4,5 volt/2 watt (1,5V gaat ook met een LEDje !), en aansluiten op de lamp. De ene pool van de lamp moet u op het carter aansluiten en de andere op het metalen gedeelte va de kontakthamer. Met de hand draait u het vliegwiel totdat de zuiger in het onderste dode punt komt te staan, hierna draait u het vliegwiel linksom totdat de lamp begint te branden (dat is dus het ontstekingstijdstip, als de lamp gaat lichten). Hierna stelt u de meetklok op nul in en draat het vliegwiel nu verder linksom en kijkt tegelijkertijd op de microklok zodat u ziet hoeveel millimeters het nog scheelt vanaf dat ontstekingstijdstip tot aan het bovenste dode punt van de zuiger. Het tijdstip van de ontsteking mag varieren tussen de 1,8 mm en 2,0 mm voor het Bovenste Dode Punt. Is dat nog niet zo dan verschuift u de grondplaat linksom voor minder voorontsteking en rechts om voor meer voorontsteking, (de schroefjes nog niet te vast draaien, maar zeker niet te los) ATTENTIE de (4,5V) kontrolelamp mag slechts korte tijd aangesloten zijn; langere aansluittijd of een sterkere lamp veroorzaken een anti-magnetisme (lijkt Startrek wel).

Actieve methode :

Monteer de meetklok in het bougiegat, draai het vliegwiel tot B.D.P. zet de klok op nul, draai een halve slag terug (rechtsom) en weer terug tot de microklok 1,9 aan wijst (ofzo) markeer d.m.v. een streep op het vliegwiel en op het blok de positie t.o.v. elkaar, verwijder de meetklok, sluit de strobe-light aan op de bougie kabel (die met een bougie eraan op het blok geklemd is), draai m.b.v. een trapper op de trapas , de krukas rond, de strepen moeten tegen over elkaar oplichten in de strobe-light. Is dat nog niet zo dan verschuift u de grondplaat linksom voor minder voorontsteking en rechts om voor meer voorontsteking, (de schroefjes nog niet te vast draaien, maar zeker niet te los)

Kontrole van de poolschoenafstand :       erg vaag , komt nog wel

Montage van de koppelinggroep :

Op het aandrijftandwiel monteert u een veerschaal, vier drukveren en weer een veerschaal; de uitsparingen hiervan moeten corresponderen met de sleuf van het aandrijftandwiel. De trekas in het aandrijftandwiel monteren. Om de dwarspen dan te monteren moet u de veerschalen samenklemmen in de bankschroef. De bovenkant van de veerschalen kunt u met een tang samenknijpen. Hierna de borgpen montern.

De bankschroef weer losdraaien en op de trekas het (hulp)busje met moer monteren zodat de veerschalen samengedrukt worden. Dan kunt u de koppelingsplaten als volgt monteren : Lamel met vijf verhogingen naar de binnenzijde monteren (<-5) Ferodoplaat monteren (F) Dun stalen lamel monteren (B) Lamel met de tien verhogingen (10) De vijf verhogingen van de lamel met vijf verhogingen (5) moeten tussen de verhogingen vallen van de lamel (10) met daartussen (F) en (B). De laatste ferodoplaat (F) moet zijn voorzien van een zaagsnede. De een na laatste lamel met vijf verhogingen moet met de nokken op de platen gemonteerd worden, wel zodanig dat de nokken van de plaat in die met tien verhogingen vallen. De laatste lamel(5->) moet ondersteboven gemonteerd worden, dan wijzen de nokken naar buiten. Hierna de seegering monteren en de koppelingmoer demonteren. OPM. De nokken van de lamellen (5) en (10) plus de dun stalen lamellen (B), die dus tussen de lamellen (5) en (10) liggen, zorgen er samen voor wanneer u de koppeling d.m.v. uw stuurhandle ontkoppeld, dat de stalenlamellen (5) en (10) weggedrukt worden van de ferodoplaten om een optimale werking van de koppeling tot stand te brengen. Wanneer u de nokken, ten opzichte van elkaar toch verkeerd gemonteerd zou hebben is dit duidelijk te merken aan een beklede koppelingsplaat die dan niet wordt aangedrukt door de stalen lamellen. Voordat u het koppelingshuis gaat monteren moet u er op letten dat de drukring (met spiebaan) achter de oliekering (simmering) en tegen de krukaslagerring gemonteerd zit De spie niet beschadigen of verliezen bij de montage !. Het borgplaatje en de koppelingsmoer (linkse draad) monteren (vastdraaien met 3,5 kpm) en de moer borgen door het plaatje om te buigen, strak tegen de moer. Het koppelingshuis kunt u tegen houden door een metalen strip (of sleutel) in de uitsparingen van het huis en het blok te klemmen. Het naaldlager invetten met moly-kote pasta en de koppelinggroep met het naaldlager in het koppelinghuis monteren. Daarna kunt u de tussenas monteren in het daarvoor bestemde lager in de linker carterhelft.Paspennen, dekselpakking, shims en koppelingsdeksel monteren.
Afstellen van de tussenasspeling :

Een te grote of te kleine speling van de tussenas, tussen de beide lagers kan schade aanrichten in de versnellingsbak. Dit kan als volgt gekontroleerd worden. U tikt het grote aandrijftandwiel een paar millimeter van de afstandbus weg; de tussenas zonder shims in het carter monteren; hierna het koppelingsdeksel zonder pakking op het carter monteren; hierna het deksel vastdraaien met vier dekselbouten (rondom het draagpunt van het lager in het deksel.) Een lichte hamertik geven op het midden van het koppelingsdeksel zodat het deksel spanningsvrij is. Het koppelingsdeksel demonteren en de tussenas uit het lager trekken, u zult dan zien dat het grote tandwiel dichter bij de afstandbus is gekomen. De speling die nu tussen de bus en het tandwiel zit, moet u meten. Dit is b.v. 0,60 mm; de speling moet varieeren tussen de 0,10 mm en 0,30 mm. Hierna kunt u het tandwiel weer tegen de bus tikken. De genoemde speling was 0.60 mm, er is dus gemeten zonder pakking. De dikte van de samengeperste pakking is 0,20 mm. (PAS OP er wordt ook dunne papieren pakking verkocht, NIET GEBRUIKEN, lekt standaard en dicht NOOIT, zo ook geen vloeibare pakking gebruiken!!). Wanneer u de gemeten speling opvult met shims (aan de buitenkant van het grote tandwiel), zorgt het gemonteerde deksel MET dekselpakking van zelf voor de juiste axiale speling, namelijk 0,20 mm. Hierna kunnen alle resterende delen weer gemonteerd worden.

Afstellen van het koppelingdruklager :

Een niet goed afgestelde koppeling kan vroegtijdig slijtage aanrichten. U kunt dit op de volgende manier kontroleren en afstellen. U monteert eerst de lagerring van het druklager met het gat van 11 mm. Deze ring moet met de gladde zijde tegen de koppelingshevels aankomen. Daarna de kogelring en de lagerring, met het gat van 10 mm. Dan monteert u de plaatring, met geslepen zijde tegen de borst van de as en zet de moer vast (linkse draad). De afstelling van het druklager moet zo zijn dat het lager nooit belast (met druk) mag draaien als de koppeling buiten werking is.

Om dit te kontroleren, drukt u de ontkoppelingshevels (zonder gemonteerde koppelingskabels) te zamen totdat de hevels het druklager aangrijpen; de afstand tussen de koppelingshevels en de wand van de uitsparing in het koppelingsdeksel moet dan +/- 2 mm zijn. (zodat een maximale vrije slag mogelijk is). Is deze afstand groter, dan moet u afstandshims naar behoefte monteren tussen de geslepen ring en de buitenste lagerring, zodat de shims nagenoeg gelijk liggen met de borst van de trekas. Dan monteert u de kabel en kontroleer of de hevels dezelfde vrije slag nog hebben. Is dat niet zo, dan zal waarschijnlijk de vrije slag van de koppelingkabel te kort zijn, deze moet namelijk 51 mm zijn.
Wanneer de kabel te strak zou staan gaat de koppeling slippen, deze gaat ook slippen wanneer u een shim te veel monteert, zo ook als de koppelingsplaten zijn versleten. Als u een shim te weinig monteert, zult u bemerken dat de versnelling zwaarder gaat schakelen omdat de koppelingsplate niet goed vrijlopen en de koppelingkabel kan gaan trillen.
Om te kontroleren of het gemonteerde zwikkie nog goed staat afgesteld moet je met een schroevendraaier bij het onbelaste lager de buitenschaal rond kunnen draaien zonder veel kracht uit te oefenen, dit ter kontrole van de vrijloop. De koppel kan je testen door in de hoogste (4/5) versnelling te schakelen, half gas te geven, de achterrem in trappen en de koppeling op laten komen, de moter moet nu uitvallen, als 'i door loopt koppeling afstellen of koppelingplaten vervangen.

Uitvoering van de latere types : Montage zie vorig stukje, in plaats van de shims dient u de kroonmoer verder of minder ver over de as te draaien tot dat de juiste afstelling bereikt is (onbelast), dus evt. gelijk met gemonteerde kabel. Daarna borgen met een splitpen (niet te lange) en de omgebogen einden goed dicht tegen de moer afmonteren.

Montage van het motorblok in het frame :

Het motorblok in het frame monteren met alleen de inderste motorbout, dit voorkomt latere moeilijkheden met de montage van de carburateur. Dan kunt u de carburateur met het aanzuig (ruis) rubber monteren op de cilinder. Hierna het motorblok op z'n plaats drukken (het filterelement niet vergeten, zo ook de electra) zodat u de twee boven bouten kunt monteren.. Let er bij het monteren wel op dat de stroomdraden niet klem komen te zitten tussen het frame en het motorblok. Verder kunt u de stroomdraden direct aansluiten (als dit nog niet gedaan is) en de resterende delen monteren zoals uitlaat, ketting, ventilator (achterdeksel niet vergeten) koelingskappen, koppelingskabel, achterremkabel etc.

Demontage voornaaf :

De lagers en de binnenbus kunnen met behulp van een as uit de naaf getikt worden.

Kontrole van de remmen :

Wanneer de achter- of voorrrem onvoldoende blijken te werken, kunt u het beste de remtrommel en segmenten kontroleren (PAS OP : oude remvoering bevat ASBEST). Met een schuifmaat meet u de grootste diameter van de remsegmenten wanneer deze uit elkaar staan gedrukt d.m.v. de remsleutel. Dan meet u de diameter van de remtrommel; wanneer dan blijkt dat de diameter van de uitgedrukte segmenten 'slechts' een halve millimeter groter is dan de diameter van de remtrommel, moet u de remsegmenten beslist vervangen. Eventueel de passing en vertanding van de remsleutel en remhevel kontroleren i.v.m. beschadigingen.

Demontage ankerplaat van voorwiel :

Let het wiel zo neer, dat u de viltkap met ring en de plaatring kunt demonteren. De remsleutel uit de ankerplaat tikken nadat u de hevel gedemonteerd heeft. De kerfstift, die het aansluitstuk van de tellerkabel borgt, demonteren zodat u de wormas uit het aansluitstuk kunt trekken waarna het grote wormwiel ook gedemonteerd kan worden.

Montage ankerplaat voorwiel :

In de ankerplaat het ingevette wormwiel met dekringen en telleraandrijving monteren. De ingevette wormas in de loopbus bevestigen en kontroleren of de tanden in elkaar grijpen. De loopbus op het aansluitstuk monteren zo dat de gleuf in dit onderdeel op de juiste plaats komt voor de kerstift, hierna de kerfstift monteren. In de ankerplaat de remsleutel monteren en daarna de remhevel, welke u vastzet als het wiel en de remkabel gemonteerd zijn. De remsegmenten met de veren monteren op de ankerplaat.

Montage voornaaf :

Aan de kant van de remtrommel het wielager monteren, wiel dan draaien zodat u de steekas holte kunt vullen met vet. Hierna de afstandbus (47 mm) en het tweede lager monteren. Dan kunnen de stofplaat, viltring en viltkap gemonteerd worden. Aan de ander zijde de komplete ankerplaat monteren, de nokken van het wormwiel moeten precies in de gleuven vallen van de naaf. ATTENTIE, kontroleer of de ankerplaat niet aanloopt in de naaf. Zonodig eenvilring tussen de ankerplaat en de naaf monteren zodat de ankerplaat verder van de naaf komt te zitten.

Montage van voorwiel in voorvork :

Het voorwiel in de voorvork monteren, de uitsparing van de ankerplaat moet om de beugel van de voorpoot komen te zitten. de steekas monteren en borgen met de bout op de linker voorpoot. De steekas moet met de borstrand tegen het lager aankomen en let daarbij op dat de voorpoot niet aanloopt of klemt tegen de naaf. Steekas moer en ring monteren, de tellerkabel en voorremkabel aansluiten en de rem hevel instellen op de juiste stand, zodat u de hevelmoer kunt vastdraaien.

Demontage kettingkast en tandwielhuis :

De drie parkers van de kettingkast demonteren zodat de beide delen naar achter schuivend verwijderd kunnen worden. De schokbrekerbouten en het tandwielhuis demonteren uit de achtervork. De borgplaat van het tandwielhuis terug buigen, zodat u de vier bouten en moeten kunt demonteren en hierna het kettingwiel. Uit het tandwielhuis de afstandbus demonteren, (zie tekening) zo ook de viltkap, viltring, dekplaat, lager en onderlegring. Kontroleer of het rubber niet te veel speling vertoont ten opzichte van de meenemers van tandwielhuis en naaf.

Montage tandwielhuis :

In het tandwielhuis legt u eerst de onderlegring met de verhoging naar onderen, daarna monteert u het goed ingevette lager, dan de dekplaat, viltring en viltkap monteren. Het kettingtandwiel op het tandwielhuis monteren en hierna de bouten met borgplaat door het tandwiel heen drukken. In de daarvoorbestemde gaten van het tandwielhuis aan de zijde van de naaf komen de moeren zodat de bouten vastgedrtaaid kunnen worden. Hierna de borgplaaten weer ombuigen i.v.m. het eventuele loslopen van de bouten

Demontage achternaaf :

De ankerplaat uit de naaf pakken en de lagers en de binnenbus demonteren m.b.v. een as. De naafdiameter en de remsegmendiameter kunt u kontroleren zoals in 'demontage voornaaf' staat beschreven.

Montage achternaaf :

Het lager monteren (de gesloten kant naar buiten gericht). De lager ruimte vullen met vet, dan de afstandbus (49 mm) en het tweede lager monteren (ook hier de gesloten zijde naar buiten). Remsleutel, remsegmenten met veren monteren. Remhevel monteren met daaronder de rubberring en veerschijf en daarboven de veerring met moer. De hevel pas vastzetten als de stand van de kabel is bepaald en hierna kan de ankerplaat gemonteerd worden.

Kontrole achternaaf :

Naar aanleiding van deze gegevens kunt u de achternaaf en het tandwielhuis op de juiste manier in elkaar zetten, zonder dat deze delen gevaar lopen dat er een te grote druk op de lagers ontstaat, wanneer u de steekas moer vastdraait in de achterbrug.

Als de steekas moer regelmatig vastgedraaid moet worden betekent het dat er speling op de lagers is en dat een van de onderstaande punten niet in orde is:

* Het gemonteerde lager (3) mag niet dieper in de rand liggen dan 1,5 mm (a)

* De draagbus (1) moet minstens 2,0 mm uit het tandwielhuis steken (b).

* De bus (4) moet minimaal 49,0 mm lang zijn.

* Het rubber inzetstuk mag niet dikker zijn dan 15,3 mm (e)

* De ankerplaat (6) moet vrij draaien in de naafhuls (d) en aandrukken op het lager (5). Draait de ankerplaat niet vrij in de naaf, dan een dun plaatringetje monteren aan de binnenkant van de ankerplaat, zodat de ankerplaat dus wel vrij draait.

Montage van achterwiel in achtervork :

Het tandwielhuis monteren met het middenscherm. Het komplete achterwiel in de achtervork monteren en de steekas plus ring en stelstuk monteren. Terwijl u de steekas op zijn plaats drukt, moet tussen de ankerplaat en achterbrug poot een afstandbus gemonteerd worden, hierna de steekas verder drukken. De steekas moer en onderlegring op het stelstuk monteren. De achterremkabel aan de ankerplaat bevestigen, borgpen met rondsel en splitpen en de ketting monteren. Meyt behulp van een rechte lat kunt u zien of de wielen in een lijn staan. Na het afstellen eerst de asmoer aan de tandwielzijde vastdraaien en vervolgens de moer(en) van de steekas.

  

Na het vastdraaien van de beide moeren kunt u de juiste spanning van de ketting vaststellen. Deze speling mag varieren van 15 mm tot 20 mm (bij zeer zware belading 25 mm). Na de kontrole kunt u de kettingkastdelen weer op de achtervork schuiven, en vast zetten.
Demontage schokbreker (oude type) :

De bevestigingbouten uit het frame en achtervork demonteren. De bout rechtsonder is met een splitpen geborgd. De onderste geleidebus met een oog in de bankschroef klemmen en met de grote moer het bovenste gedeelte demonteren (niet met een waterpomptang !!). Dan kunt u de zuiger losdraaien en de ingekeepte rubberring demonteren. Het inzetstuk met simmerring en viltstrook met inzetstuk demonteren. Daarna de hoofdveer, chromm geleidebus, hulpveer, rubberbusje en tenslotte kunt u nog de zuigerstang uit het kopstuk draaien.

Montage schokbreker :

Alle delen in omgekeerde volgorde weer monteren. In het inzetstuk (met draadeind) eventueel een nieuwe simmerring monteren. De onderste schokbrekerpoot moet gevuld worden met 48 cc schokbrekerolie SAE 20.

Demontage voorvork :

Spatbord, inbouwset, tellerkabel stroomdraden en de twee bouten beneden / achter het koplamphuis demonteren. De expander bout een paar slagen losdraaien en een hamertik op de kop van de bout geven, zodat het stuur gedemonteerd kan worden. De bovenste balhoofdmoer en het koplamphuis met dekring demonteren. De voorvork uit het balhoofdhuis laten zakken en de voorvork schuin in de bankschroef klemmen zodat de poten naar beneden wijzen. Door het demonteren van de M6 moeren (onderin de poten) en door het wegnemen van de fiberringen, kan de olie weglopen, eventueel de stootstang indrukken. De geleide poten naar beneden trekken en de geleidemoeren demonteren. De moeren die op de poten zitten en de nylon bussen demonteren. Om de veer met stootstang uit te kunnen nemen moet u de bovenste vorkmoer demonteren. Op de chroom geleidebussen kunt u wat schildersplakband plakken, zodat u een betere 'grip' heeft voor u handen om de bussen met een draaiende beweging van het kroonstuk te demonteren.

Montage voorvork :

Het kale kroonstuk in horizontale positie in de bankschroef klemmen aan de balhoofd zijde. In de chroom geleidebus wordt het stoot rubber gemonteerd met de sleuven in de richting van de poten. Deze delen moeten samen gemonteerd worden tot aan de schouder van het kroonstuk (mbv. een beetje olie). De geleidemoer met het draadeind in de richting van de poten, hierin moet de viltring komen met een rubberring. Deze ring met de lipzijde naar buiten monteren; de viltring komt dus in de bovenste positie. De nylon zuigerbussen monteren, eerst de grote dan de kleinere. De wormmoer op de stootstang monteren en zo ook de drukveer. Aan de andere zijde van de veer ook een wormmoer monteren. De stootstang door deze moer heen laten steken en onderaan de stootstang moet u de M6 moer tot het eind van de draad aandraaien. Metalen sluitring en rubberring monteren. Geleidepoot op het kroonstuk monteren en hierna de stootstang door het gat in de onderkant van de geleide poot steken, een fiberring en een plaatring met moer op het draadeind monteren. dan kunnen de poten met olie gevuld worden (per poot vullen met 60 cc schokbreker olie SAE 30). Na het vullen, de M6 bout door de bovenste vorkmoer steken en de bout in de wormmoer draaien van de drukveer totdat deze vast zit. Dan de vorkmoer in het kroonstuk draaien op de daarvoor bestemde plaats en goed vast zetten. Hierna nog kontroleren of de onderste M6 moeren vast zitten, en er geen olie langs lekt. de resterende delen in omgekeerde volgorde weer monteren (zie demontage voorvork).

Demontage achterbrug :

Wanneer het blijkt dat de achterbrug speling vertoont ten opzichte van het frame zult u de plastic-bussen van het frame moeten vernieuwen. Of wat duurder maar in een keer opgelost vervangen door bronzen bussen, en een (soms al aanwezige ) smeernippel. Dan de volgende delen demonteren zoals achterwiel, schokbrekers, vliegwieldeksel, cranks, uitlaat, uitlaatflens en ketting. (of beter nog alleen een frame (of hoog uit met een voorwiel), dat werkt wel zo lekker.) De moer van de rechterschede demonteren. De rechterschede kunt u dan met behulp van een speciaal gereedschap (plaatstalen vork) demonteren. Deze vork plaatst u op de rand van de plasticbus (aan de uitlaatzijde van de bromfiets). De rand slaat u stuk en wanneer de vork dan verder om de as komt zal de rechter van de linkerschede loskomen (?), dit door de conische vorm van de vork. dan kunnen de linkerschede en oude bussen gedemonteerd worden. De nieuwe bussen monteren en op maat ruimen i.v.m. de as-passing van de linkerschede. Wanneer u de linkerschede gemonteerd hebt, steekt het vertande eind van de as, aan de rechterzijde van het frame, een aantal millimeters uit het frame. Die afstand moet u meten, zo ook de breedtemaat van de rechterschede. dit verschil moet dan aangevuld worden door dunne plaatringen, zodat wanneer de rechterschede is gemonteerd, het vertande eind van de as gelijk ligt met de rand van de rechtersched. Hierna kunnen alle resterende delen gemonteerd worden. Het gedeelte van de achterbrug wat in het frame gemonteerd wordt, invetten met moly-kote pasta. Indien er een vetnippel op de brug gemonteerd zit vol spuiten met molybdeum vet tot het er uitperst tussen de randen of er voldoende druk is bereikt.

Terug naar de Tomos 4L onderhouds index

last updated 9-2-99


1999 © PnP-Systems Holland